Rol POH-GGZ bij verslaving

19-02-2026

In de afgelopen periode ben ik samen met een senior ervaringsdeskundige gestart met een project waarin wij maandelijks seminars organiseren over bewustwording rondom verslaving. Deze bijeenkomsten vinden plaats in verschillende steden en richten zich op jongeren en ouders. Regelmatig nodigen we ook naasten uit, zoals ouders van een kind met een verslaving, zodat zowel het professionele als het ervaringsperspectief wordt meegenomen. Het doel is om verslaving bespreekbaar te maken in een laagdrempelige setting, met expliciete aandacht voor taal, cultuur en context.

Voor POH-GGZ en huisartsen zijn dit herkenbare thema’s. In de huisartsenzorg uit verslaving zich zelden als de primaire hulpvraag. Middelengebruik wordt vaak indirect zichtbaar via stemmingsklachten, slaapproblemen, relatieproblemen, of terugkerende spanningen binnen het gezin. Ook financiële problemen spelen hierbij regelmatig een rol. Juist de huisartsenzorg, met haar laagdrempelige en vaak langdurige contacten, is bij uitstek de plek waar deze samenhang tussen klachten en middelengebruik zichtbaar wordt.

Uit onderzoek blijkt dat zorg die oog heeft voor de culturele en sociale context bijdraagt aan een betere toegang tot zorg, meer vertrouwen en een grotere bereidheid om hulp te zoeken (Trimbos-instituut en Pharos). Deze inzichten vormen een belangrijke basis voor ons werk en zijn ook herkenbaar in de dagelijkse praktijk van de huisartsenzorg.

Cultuursensitieve zorg betekent dat de zorgverlener met een open en nieuwsgierige houding luistert, vragen stelt en aansluit bij de leefwereld van de patiënt en diens naasten.

Verslaving komt voor in alle lagen van de samenleving. De manier waarop klachten worden ervaren en besproken hangt samen met waarden en normen, opvoeding, schaamte en gezinsdynamiek. In de dagelijkse praktijk van de huisartsenzorg spelen daarnaast vaak psychosociale stressoren, zoals schulden en financiële onzekerheid, die de problematiek kunnen verergeren en het tijdig inschakelen van hulp kunnen vertragen. Dit vraagt in de spreekkamer om aandacht voor het bredere systeem rondom de patiënt, inclusief de impact op partners, ouders en kinderen.

Tijdens een van de seminars, georganiseerd in Tilburg, stelde een moeder een vraag die mij is bijgebleven. Niet omdat de vraag uitzonderlijk was, maar juist omdat zij zo herkenbaar is voor veel ouders en sterk lijkt op wat ik regelmatig hoor in de spreekkamer.

Zij vroeg:
“Is het goed dat ik mijn zoon toesta middelen thuis te gebruiken, zodat hij buiten geen schade oploopt of veroorzaakt? En omdat ik denk: wat zullen de buren zeggen? laat ik het ook binnenshuis gebeuren.”

Deze vraag komt voort uit zorg en machteloosheid. Ouders willen beschermen, schade beperken en grip houden in een situatie waarin die grip steeds verder lijkt te verdwijnen. In de spreekkamer zien POH-GGZ en huisartsen dit regelmatig terug: ouders en naasten die zoeken naar houvast, terwijl schaamte, loyaliteit en angst voor oordeel het gesprek bemoeilijken. Soms spelen hierbij ook zorgen over financiële consequenties, zoals oplopende schulden, dreigende huisuitzetting of conflicten over geld binnen het gezin.

Wat deze vraag duidelijk maakt, is de kloof die kan ontstaan tussen goede intenties en effectieve ondersteuning. Het faciliteren van middelengebruik, hoe begrijpelijk ook vanuit ouderlijke bezorgdheid, kan het gebruik en de verslaving in stand houden. Tegelijkertijd vraagt dit niet om veroordeling, maar om uitleg, erkenning en begeleiding, gericht op zowel de persoon met de verslaving als de naasten daaromheen.

Verslaving is een complexe aandoening waarin neurobiologische processen, gedrag, omgevingsfactoren en vaak ook ingrijpende levenservaringen samenkomen. Daarbij beperkt de impact zich zelden tot één persoon. Naasten raken overbelast, ontwikkelen zelf klachten en kunnen verstrikt raken in patronen van zorgen, controleren en compenseren, soms met grote emotionele en financiële gevolgen.

Ouders die hiermee te maken krijgen, ervaren regelmatig schaamte en isolement. Dit kan het bespreken van zorgen en het zoeken naar hulp aanzienlijk bemoeilijken. Tijdens het seminar werd zichtbaar hoe waardevol het is om deze thema’s bespreekbaar te maken in een veilige en vertrouwde omgeving. Door ruimte te geven aan vragen en persoonlijke verhalen ontstond herkenning. Het besef ‘wij zijn niet de enigen’ gaf zichtbaar verlichting.

Deze ervaring benadrukt het belang van cultuursensitieve zorg binnen de huisartsenzorg en in de rol als POH-GGZ. Niet omdat cultuur de oorzaak is van verslaving, maar omdat cultuur, context en leefwereld invloed hebben op hoe problemen worden beleefd, besproken en aangepakt. Wanneer zorgprofessionals hier bewust en open mee omgaan, wordt de drempel naar hulp lager en neemt de kans op passende zorg toe.

De vraag van deze moeder herinnert ons eraan dat bewustwording niet begint bij protocollen of interventies, maar bij luisteren en herkenning. Bij het serieus nemen van zorgen, zonder oordeel. Precies daar ligt een belangrijke kracht van de huisartsenzorg en daar begint passende zorg.

Reflectievraag voor de POH-GGZ:
Welke signalen van verslaving en belasting bij naasten herken ik in mijn consulten, en hoe verken ik deze actief vanuit een cultuursensitieve, open houding, ook als dit niet expliciet als hulpvraag wordt genoemd?

Esma Küçük 
POH-GGZ en bestuurslid NVvPO